Drijfsijs Blog

Geregeld schrijf ik een kort stukje. Soms over iets dat in de les van die week is gebeurd, soms over waarom we in de les doen wat we doen, soms over iets dat me inspireert.

Dinsdag 5 september
Helaas zijn de zusjes Ronja en Lena in de zomervakantie verhuisd naar een andere woonplaats en gaan nu verder met hun zwemavontuur bij een andere zwemschool, ze hebben een mooie basis en we wensen hun veel plezier! Amanda en Jona hebben hun plaats ingenomen, leuk dat jullie met ons mee gaan doen!
Vandaag de eerste les na de zomervakantie. Tijdens het zitten in de kring bleek al dat er veel gezwommen is in de vakantie, in zee, in meertjes, en op de camping. Sophie en ik konden dat ook goed merken tijdens de les. Alle kinderen (iedereen was er) hebben mooi hun ‘watervrij-heid’ en enthousiasme behouden, zo niet vergroot, en ook hun technische zwemvaardigheid was vrij goed behouden. Dit heeft ons de indruk gegeven dat we kunnen mikken op een zwemvaardigheid niveau (of meer) voor vrijwel alle kinderen vergelijkbaar met het reguliere A-diploma niveau rond Kerst 2018. Daarna hebben we dan nog heerlijk twee trimesters om het zwemmen te verdiepen en te verbreden voordat we gaan afzwemmen vlak voor de zomervakantie van 2018. Twee keer zullen de kinderen tussentijds nog een medaille verdienen, met Kerst hun tweede medaille, de uil, en met Pasen hun derde medaille, de zalm. Het tweede jaar staat voor Sophie en mij meer in het teken van de kinderen flink mee te nemen in echt gaan zwemmen en het aanleren en oefenen van een mooie techniek. Hierbij is het een uitdaging om echt aan de kant van het kind te blijven staan (in plaats van aan de kant van alles wat geleerd ‘moet’ worden). De kinderen de ruimte geven te blijven tappen uit hun enthousiasme en bewegingszin, en tegelijkertijd de lesstof zo aan te bieden dat ze zich ermee kunnen en willen verbinden. Water is natuurlijk echt een medium of element dat zijn geheimen (hoe er ontspannen en effectief in te bewegen) pas aan je prijs geeft als je je ermee verbindt, door te spelen, te luisteren (niet op de laatste plaats naar jezelf), te doen, te ontdekken en te oefenen.

Dinsdag 11 april
Vandaag was het weer kijkles en de kinderen hebben hun eerste medaille verdiend. Ik hoorde later deze week op school dat een heel aantal kinderen de volgend dag trots hun medaille hadden meegenomen naar de klas. Deze eerste medaille, het vosje, staat voor speelsheid en behendigheid. Dat waren de kinderen eigenlijk al vanaf het begin van de lessen. Sophie en mijn grootste verdienste is dat ze niet hun speelsheid en natuurlijke behendigheid verloren zijn nu we toch al behoorlijk met oefeningen en het aanleren van zwemtechniek bezig zijn. Zo leuk zo’n kijkles met enthousiaste en betrokken kinderen en dan aan het einde van de les ook nog met broers, zussen, ouders, grootouders in het water.
De tweede medaille, de uil staat voor slimheid en vaardigheid, zonder natuurlijk speelsheid en behendigheid te verliezen. Later komt daar nog kracht en uithoudingsvermogen bij, de zalm. Samen vormen deze drie medailles, deze drie dieren het logo van zwemgroep Drijfsijs.

logo Drijfsijs halve grootte

De mooiste oefening waarin de kinderen laten zien hoe speels en behendig ze zijn is de boomstamrol van de mat. We hadden hem al een paar weken niet meer gedaan. Dan is het altijd afwachten hoe kinderen het uitvoeren. Op de kijkles legde ik het heel kort aan de kinderen uit. Met je armen boven je hoofd van de mat afrollen, mooi in je lengte blijven tijdens het rollen en ook onder water lang blijven. In het water bellen blazen en afwachten tot je voelt dat het water je begint te ondersteunen en omhoog doet drijven. Pas dan in actie komen om te gaan staan. Alle kinderen deden het heel mooi!
De komende lessen tot de zomervakantie zullen we flink doorwerken aan de crawl en de katapultbenen. Maar we zullen ook veel oefeningen zoals de boomstamrol blijven doen om  te voorkomen dat de kinderen zich teveel op technische vaardigheden gaan richten.

Dinsdag 4 april
Van de week moest ik een korte biografie schrijven over mezelf voor een Alexandertechniek congres in Chicago. Ik schreef ook iets over zwemgroep Drijfsijs. Dat de pedagogie die we voor deze zwemgroep hebben ontwikkeld mede geïnspireerd is op de Antroposofie. En dat dat voor mij betekend dat je je open stelt voor wat kinderen over zichzelf laten zien en dat je je realiseert dat je het beste aan hun behoefte kunt voldoen door aan jezelf te werken.
Vandaag na de les vertelde ik Sophie dat de edelsteen, de Agaat die zij mijn zoontje Jackson onlangs heeft gegeven toen hij een zwaar oogongeluk had gehad is gebroken en dat Jackson daar iets heel moois over opmerkte. Wat ik nog niet wist is dat Sophie bewust deze steen voor hem had uitgezocht in een winkel, ondanks dat de vrouw in de winkel hem eerst niet wilde verkopen omdat er een beginnende barst inzat. Nee, dit was echt de steen die ze Jackson wilde geven, dit was de steen die ze bij Jackson vond passen.
Een week nadat Jackson de steen had gekregen is de steen door midden gebroken. Een paar dagen later, ik zat op de bank, kwam Jackson naar me toe met de steen in zijn open handpalm. “Kijk papa, ik heb zitten denken. Deze steen is gebroken. Zie je de barst. Maar de barst gaat rond de kern. de kern is zo hard, die is niet gebroken”.
Dank je Sophie. Dat je Jackson tijdens de vorige Drijfsijs groep zo goed hebt gezien dat je precies wist wat je hem wilde geven.

Dinsdag 21 maart
Sophie en ik zijn heel tevreden over de effectieve zwemtijd, de tijd dat de kinderen echt in het water zijn en oefenen. Vandaag weer de laatste 20 minuten van de les de vloer naar beneden gebracht zodat de kinderen niet kunnen staan. Dit ondersteund de motivatie van de kinderen enorm om in het eerste gedeelte van de les, met nog ondiep water, voldoende hun best te doen zodat ze elke keer in het diepe water zich weer wat vaardiger voeler.
Daarnaast is het fijn om straks al in een heel vroeg stadium van het aanleren van de katapult benen ook het watertrappen te kunnen oefenen.

Dinsdag 14 maart 
Deze les hebben we de katapult benen geïntroduceerd. Zwemles-vis is voorzien van katapult benen en in de kring voor de les hebben we daar even naar gekeken. Later in de les, toen Sophie in het water aan de kinderen de katapultbenen voordeed zei een ‘snel afgeleid’ kindje van de groep volmondig: “ ik zie het, dat is (het moment) waar je het elastiek loslaat en daardoor ga je naar voren”.

Wonderlijk hoe elk kind anders dingen oppikt en leert. Het ene kind heeft meer uitleg en feedback nodig en een ander kind heeft meer aan een beeld. Het ene kind leert door veel te oefenen, bij het andere kind is het gewoon wachten tot het kwartje valt.

De komende weken zullen we steeds teruggrijpen naar zwemles-vis, met kleine stapjes de analogie tussen het zwemmen van zwemles-vis en het eigen zwemmen van de kinderen ontsluieren, en de kinderen steeds meer laten ervaren waarom het is dat zwemles-vis zo goed kan zwemmen. Waarvan de belangrijkste analogie waarschijnlijk deze is: net zoals je een katapult goed (en ontspannen) moet vasthouden en standvastig richt, ligt zwemles-vis ook stevig (en ontspannen) in het water en richt hij goed zijn hoofd naar waar hij heen wil zwemmen. Niet door ‘intern te micro-managen’ maar door zich een heldere richting voor te stellen van zijn snuit naar waar hij heen wil. Voor de kinderen van je kruin naar waar je heen wilt. Dat is best lastig omdat een groot gedeelte van elke zwemslag je ergens anders heen kijkt dan waar je naar toe wilt, dan je interne koers, die je met de tijd steeds beter, steeds helderder voor je weet te houden.

Dinsdag 7 maart
Voor deze week had ik eerst geen stukje geschreven. Ik schrijf het nu, twee weken later. Tijdens de afgelopen voorjaarsvakantie heeft mijn jongste zoontje van 7 jaar een naar ongeluk gehad waarbij hij zwaar letsel heeft opgelopen aan zijn linkeroog. Hij heeft twee pittige spoedoperaties gehad die gelukkig goed verlopen zijn en nare gevolgen als ontstekingen zijn gelukkig uit gebleven. Het is ongelofelijk hoe snel hij, en waarschijnlijk kinderen in het algemeen, accepteren wat er gebeurd is en vol goede energie verder gaan met hun leven. Als ouders ervaren ik en zijn moeder sterk dat hij opeens weer zo in onze aandacht zit zoals we dat nog herinneren van de eerste jaren tot ver in de kleuterklas. Ook al was je ergens anders, of op je werk, je wist elk moment precies waar je kinderen waren, wat ze nodig hadden, wie ze eventueel zou ophalen etc. Ik realiseer me dat mijn kinderen (van 7 en 9 jaar) al een stuk op weg zijn naar zelfstandigheid maar dat ze op een moment als dit weer volledig aanspraak kunnen maken op mijn energie, liefde en toewijding. Het is de bedoeling dat ze zelf hun leven ontdekken, hun eigen ervaringen opdoen en dat deze ervaringen hun leven zullen vormen. Op een moment als dit ervaar ik dat ik hard moet werken om mijn verdriet en pijn over wat er gebeurd is, en de hoeveelheid energie die het me kost om alles te leveren dat er in deze periode nodig is niet een schaduw moet werpen op hun onbevangen zoektocht. Tegelijkertijd ervaar ik dat mijn kinderen juist nu de steun nodig hebben van mijn energie, dat ze volledig ervaren dat hun ouders, en andere mensen er op momenten als dit voor hun zijn, dat ze daar volledig op kunnen vertrouwen en niet twijfelen aan de liefdevolle bereidheid van anderen om deze ondersteuning te geven.
Eigenlijk dezelfde mix die nodig is om zwemles te geven. Alleen dan door de ernst van de situatie enorm uitvergroot en helder gemaakt.

Dinsdag 28 februari
Het blijft een lastig iets. Om binnen een twee jarig traject waarin je een groep kinderen zover mogelijk wilt brengen in het leren zwemmen aan de kant van het kind te blijven staan.
We doen om best om op zo’n manier les te geven en voorbeelden te geven die aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen en welke hun ondersteunt om nieuwe eigen ervaringen op te doen. Zeker op het moment van het introduceren van de techniek van de verschillende zwemslagen wil je een manier vinden om de kinderen op het goede spoor te krijgen, zonder hun van buiten af een techniek op te leggen.

‘… knowledge being something that arises out of a pupil’s own perceptions, interests and enquiry rather than something pre-fashioned and imposed by adults on to children. The journey begins from where you are; not from where the teacher thinks you should be. Every person’s development is an evolution that builds and grows out of their biological and cultural history and moves forward bij individual enquiry.’

uit: Stat News january 2017 (Society of Teachers of The Alexander Technique)
fragment uit een verslag van een 4 daagse conferentie ‘John Dewey’s Democracy and education, 100 Years On: Past, Present and Future Relevance’ op The Faculty of Education, University of Cambridge
John Dewey en F.M. Alexander waren tijdgenoten en vrienden en hebben elkaars werk geïnspireerd. John Dewey, zijn vrouw en dochter hebben over langere tijd Alexandertechniek lessen gehad van Alexander.

Dinsdag 14 februari
Nu een weekje vakantie. Daarna nog 6 zwemlessen en dan de tweede kijkles. Op deze tweede kijkles zullen de kinderen hun eerste van de drie medailles verdienen. De eerste medaille is het vosje. Het vosje staat voor behendigheid en speelsheid. Dat beginnen de kinderen al aardig te laten zien tijdens de zwemlessen. Ze worden er steeds behendiger in om het water hun te laten helpen in plaats van te denken dat je heel druk moet bewegen. Na de vakantie gaan we ook beginnen met het rustig opbouwen van de zwemslagen. Eerst gaat zwemlesvis de kinderen leren naar hun zij te roteren om fijn te kunnen crawlen en vrij snel daarna gaan we ook beginnen met katapultbenen. Katapultbenen in plaats van kikkerbenen omdat het elastiek van de katapult langer wordt als je hem opspant. Net zoals je alleen hoeft te richten en het elastiek hoeft los te laten om met een katapult te schieten hoef je, naast goed richten, met lang gebleven benen tijdens het wegvouwen alleen maar los te laten om jezelf door het water te laten bewegen. Dit gaan we eerst eens lekker onderzoeken en mee experimenteren om dan na Pasen echt te gaan werken aan het eigen maken van de zwemlagen.

Dinsdag 7 februari – op de mat
Met zijn allen in de kring, ieder op een kussentje, is een fijne manier om de zwemles te starten. Na kort wat gebabbeld te hebben over losse tanden, geboren zijn in bad en tweede namen vroegen we vandaag weer een keer of er een kindje op de mat midden in de kring wilde komen liggen om te helpen iets te laten zien wat we vandaag gaan oefenen.
Het voordeel is dat naast de kring opstelling alle kinderen zo vroeg in de les nog hun aandacht paraat hebben. We hebben gekeken naar rollen als een boomstam en rollen als een boomstronk, en bedacht welke nou makkelijker rolt. En het helpende kindje op de mat heeft een ‘knieduik’ gedaan, vervolgens even in je lengte blijven met flipperbenen en dan rollen naar op je rug (als een boomstam, dus met mooie lange benen en mooie lange armen langs je oren). In het water zie je gelijk hoe dit de kinderen meer helderheid geeft dat je oefeningen op een manier kunt doen die makkelijker is of op een manier die moeilijker is. Ze gaan als het ware meer denken. Niet een denken dat fysiek experimenteren blokkeert, juist één die hun meer variatie mogelijkheid geeft. Ze gaan zoeken naar hoe het leuker en makkelijker kan.

Dinsdag 31 januari – diep water en voorbereiden naar zwemles-vis 

Stapje voor stapje werken we nu aan de draai om de lengte-as. Deze rotatie moeten de kinderen gaan beheersen om ontspannen van buikligging naar rugligging (en vice versa) te kunnen gaan. We hebben dit de afgelopen weken voorbereid met het doen van een boomstamrol van de mat af het water in. Vandaag hebben de kinderen het ook geoefend nadat ze met een knieduik het water in gedoken zijn en aansluitend eerst een stukje in buikligging flipperen en dan (met armen nog langs hun oren) naar hun rug roteren, en dan verder flipperen op hun rug. Dit is misschien wel de belangrijkste vaardigheid om jezelf te kunnen redden als je in het water gevallen bent omdat je op je rug minder kracht verspeelt en veel stabieler in het water ligt. Ook hebben we vandaag, zonder het te benoemen, de kinderen al een ervaring mee geven van ‘zwemles-vis’. Dat doen we volgende week nog een keer zodat we de les daarop het beeld of het idee achter zwemles-vis aan de kinderen kunnen introduceren. Zwemles-vis gaat de kinderen leren dat je sneller zwemt als je op je zij zwemt, je hebt dan minder weerstand in het water en een krachtiger verbinding tussen je armen en je rug. De eerste introductie vandaag was het flipperen in rugligging en dan één arm langs je oor onder water uitstrekken en tegelijkertijd je hele lichaam onder je hoofd door laten roteren, zodat je naar de zijkant flippert maar nog steeds naar het plafond kijkt. Het is opvallend dat sommige kinderen dit vrijwel meteen oppikken en andere kinderen vrijwel volledig in de war raken. Dit geeft waarschijnlijk een beeld van hoeveel natuurlijke ‘inhibitie’ en ‘richting’ het kind nog behouden heeft. Dit zijn twee begrippen uit de Alexandertechniek. Inhibitie staat voor het vermogen om al dan niet een automatische reactie op een stimulus te kunnen voorkomen. Bij een sterk inhibitie vermogen ontstaat er ruimte of onafhankelijkheid tussen de stimulus en de reactie op de stimulus, wat ruimte (de mogelijkheid) geeft om als autonoom wezen richting te kunnen geven aan je handelen. Kinderen met een sterk inhibitie vermogen weten te voorkomen dat ze zich verliezen in de opdracht (stimulus) die de lesgever geeft. Hierdoor behouden ze de vrijheid om zelf richting te geven aan ‘of’ en ‘hoe’ ze de opdracht willen uitvoeren. Heeft een kind ook nog een sterk ‘gericht zijn’ dan is het in staat om beter zorg te dragen voor een gezonde coördinatie. In de oefening van zwemles-vis zie je dit aan een grotere onafhankelijk (helderheid) van hoofd ten opzichte van de rest van het lichaam. Het kind is dan in staat om het hoofd rustig in het water te houden, de kruin blijft als het ware de zelfde kant (richting) op wijzen, terwijl het lichaam (en met name de wervelkolom van staart tot atlas) als geheel roteert en mooi in een ontspannen lengte blijft (ook richting). Ook weet het kind dan beter zijn armen zo te plaatsen dat de schouders ontspannen en open blijven.
De kinderen die zichzelf in opdrachten erg verliezen proberen we vooral door rust en vertrouwen, heldere instructie en af en toe individuele feedback te ondersteunen om meer sturing te kunnen geven aan hun eigen bewegen.

Dinsdag 24 januari – eerste keer in diep water 
Zo mooi om te zien dat alle kinderen vandaag voor het eerst, en met vertrouwen het diepe water in sprongen! Zelfs nu de meeste nog niet helemaal de vaardigheden hebben eigen gemaakt om zich zelfstandig te redden (naar hun rug te draaien en rustig naar de kant te zwemmen met alleen flipperbenen). Voor Sophie en mij is dat echt de basis voor ontspannen leren zwemmen. Vertrouwen om in het water te durven zijn, te proberen en te onderzoeken. De kinderen hebben in de 18 lessen tot nu toe goed meegekregen dat het water hun vriend is en dat het hun (uiteindelijk) zal ondersteunen, en dat zolang het nog nodig is Sophie en ik dat beetje extra ondersteuning geven dat nog ontbreekt. Dat levert later een mooie rustige zwemtechniek op waarin de kinderen niet zullen vechten om boven water te blijven maar durven in (en soms onder) water te zijn.

Dinsdag 17 januari – draagvlak voor een constructieve les
Vandaag hebben de kinderen laten zien dat ze kunnen luisteren, en dat ze bereid zijn zich aan afspraken te houden. De laatste test om volgende week met diep water te kunnen starten. In de kring ,voorafgaand aan de les met de ouders er omheen, hebben we met elkaar afgesproken na het douchen rustig rond het zwembad te lopen en daar met je rug tegen de muur te gaan staan. We hebben de kinderen uitgelegd waarom deze afspraak belangrijk is nu we in diep water gaan werken. Dat de ouders om de kring heen staan helpt de kinderen om deze afspraak van Sophie en mij aan te nemen. De kinderen weten dat de ouders mee luisteren en ervaren dat de ouders in de afspraak mee gaan. Dit vergroot de draagkracht van de afspraak. Voor Sophie en mij is deze steun van de ouders heel belangrijk. Wij hoeven dan veel minder hard te werken om de kinderen mee te krijgen in de opzet en structuur van de lessen. En hoe minder wij hoeven te zwoegen (orde moeten handhaven) hoe meer aandacht we overhouden om de kinderen werkelijk te zien en te begeleiden.
Tegen onze eigen kinderen zijn mijn vriendin Natascha en ik altijd positief over hun meester en juf op school (gelukkig hebben we ook geen reden om dat niet te zijn). Ik ervaar duidelijk dat dat Rocky en Jackson helpt om niet te twijfelen aan de oprechte intenties en doordachte pedagogiek van hun meester en juf. Dat we daarnaast ook nog eens heel blij zijn met de invulling van het onderwijs op hun school maakt het draagvlak voor hun om een zekere autoriteit van hun meester en juf te erkennen nog groter en meer vanzelfsprekend. Mochten Natascha en ik gaan twijfelen dan is onze eerste en onmiddellijke stap het te bespreken met meester of juf.
Tijdens de zwemles mogen de ouders de eerste en laatste 5 minuten van zwemles op de zwemzaal bijwonen, daartussen mogen ze niet op de zwemzaal zijn. Maar hopelijk zit de ondersteuning van de ouders voor hun kind zo diep in het kind dat de ouders eigenlijk de hele les aanwezig zijn.

Dinsdag 10 januari
De eerste les na de Kerstvakantie. Over twee lessen gaan we rustig aan beginnen met diep water waarin de kinderen niet meer kunnen staan, maar Sophie en ik wel zodat we de kinderen goed (individueel) kunnen begeleiden. De eerste weken maar een klein gedeelte van de les. Dat is een groot voordeel van werken in een bad met een beweegbare bodem! De bewegingservaringen die de kinderen zullen opdoen in diep water zullen hun helpen om ook in het gedeelte van de les in ondiep water zich meer te richten op zwemmen. Als voorbereiding op het werken met diep water vragen we van de kinderen nu ook iets meer wakkerheid om de instructies goed te volgen. Dus nu ook wat wakker zijn voor wat er van je verwacht wordt nadat je een baan hebt gezwommen, waar je dan wacht, wat je daarna moet doen.
In het doorgaande onderzoek naar hoe je dit overbrengt op de kinderen, en hoe je vanuit een liefdevolle autoriteit de kinderen hierin mee krijgt was de lezing door Paul Verhaeghe op het Geert Groote College op de avond van de les een goede verheldering. Paul Verhaeghe is  hoogleraar klinische psychologie en psychoanalyse aan de universiteit van Gent en auteur van de boeken Identiteit en Autoriteit.

Dinsdag 20 december
Net de kijkles gehad. Wat was het leuk!
Wat doen de kinderen het goed en wat zijn ze ver gekomen in die paar maanden. Ik vind het echt heel opvallend dat alle kinderen van de mat af durven te rollen met een boomstamrol met armen uitgestrekt langs je oren. De meeste weten zelfs onder water nog vrolijk een stukje door te rollen zonder hun hoofd in hun nek te trekken vanuit een behoefte om met het gezicht boven water te blijven. Het lijkt erop dat Sophies en mijn inspanning om hun te laten ervaren wat lengte behouden in het water inhoudt goed opgepikt wordt.
Ook durven bijna alle kinderen nu met een bommetje te water te gaan en in het water klein en opgerold te blijven en eerst te wachten totdat je boven komt drijven voordat je jezelf ontvouwt. Wauw! En de oefening van paddestoel-drijven naar zeester oefenen ze ook allemaal vrolijk.
Het ging zo fijn tijdens de kijkles dat ik de kinderen in het derde rondje parcours voorstelde nu met een koprol van de mat te water te gaan. Nog nooit geoefend, maar bij geen enkel kind was twijfel te bespeuren, hopla, daar gingen ze, de één na de ander!

Dinsdag 13 september
Deze week in mijn Alexandertechniekpraktijk met een paar mensen gewerkt met het beeld van het schouderblad als een diepzee-anker. Een beeld dat ik ruim 15 jaar geleden meekreeg van een bezoekende anatomie lerares (Jane Saunderson) op de Alexandertechniek opleiding.
Als een grote oceaanstomer midden op de oceaan in problemen raakt gooit het een groot anker uit. De ankerketting is natuurlijk nooit lang genoeg om het anker op de vaste zeebodem te laten komen. Toch stabiliseert het honderden meters onder het schip hangende anker het schip in de golven. Of beter gezegd, het is niet het anker dat het schip stabiliseert, het is de enorme hoeveelheid water om het anker heen dat het schip, via het anker, stabiliseert. Dezelfde functie hebben de schouderbladen, ze stabiliseren de armen. Of beter gezegd, de rugspieren stabiliseren de armen via de schouderbladen. De schouderbladen horen te rusten in de onmetelijke diepte van de rug. Dan kan de voorzijde van de romp openen als een vlakke waterspiegel van een zee bij complete windstilte. Openen van voorbij de horizon aan de ene kant naar voorbij de horizon aan de andere kant.
Aan mensen feedback geven om iets met hun schouderbladen te doen om te openen over de voorzijde van de schoudergordel is strikt genomen een absurd idee. De schouderbladen kunnen niets doen, het zijn immers botten. Als er iets gebeurd met de schouderbladen betreft het een doen in de nek en rugspieren.
Het is beter om niets te doen met de rugspieren. Het water doet ook niets rond het anker, het is er gewoon. Het water nodigt het anker uit om in zijn onmetelijke diepte te zijn, er steun aan te ontlenen.
Durven we dat, durven we de schouderbladen gewoon in de rug te laten rusten, durven we te vertrouwen op die onmetelijke diepte die er gewoon is? Alleen dan zal de voorzijde van de romp op een natuurlijke manier openen.
Of moeten we de vraag omdraaien. Durven we toe te staan dat de open en vlakke waterspiegel aan de voorzijde van de romp ons alsmaar verder opent, en daarmee  te vertrouwen op de enorme ondersteuning en kracht die onze rug ons kan geven?

Dinsdag 6 december
Vandaag hebben de kinderen voor het eerst een heel aantal van de vaardigheden die ze de afgelopen weken hebben geoefend in een circuit vorm zelfstandig uitgevoerd. Het ging eigenlijk boven verwachting goed en de kinderen deden heel enthousiast mee.
Sophie en ik willen zo een ritme neerzetten van elke keer een trimester van ongeveer 10 zwemlessen onder onze begeleiding en hands-on feedback vaardigheden oefenen afsluiten met 1 of 2 lessen deze vaardigheden in een circuit vorm te oefenen en dan de laatste les van elk trimester deze vaardigheden aan de ouders laten zien in een kijkles. De nadruk in de circuit vorm ligt meer op het spel dan op de beheersing. De nadruk ligt op het met plezier en vertrouwen laten zien wat je allemaal geoefend hebt, zoveel mogelijk zelfstandig en even zonder die ‘constante feedback’ en ‘bemoeienis’ van Sophie en mij, maar met onze hulp waar nodig. Elk trimester sluiten we zo met een kijkles af en het allerlaatste trimester van de twee jaar sluiten we af met het afzwemmen. Hiermee proberen we de kinderen te ondersteunen om de uitdaging van het uiteindelijke afzwemmen geleidelijk te ervaren en met vertrouwen en veel goede zin aan te gaan.

Dinsdag 29 november
Weer waren alle kinderen op de zwemles. Eén kindje extra zelfs omdat we al een kindje hebben die gaat instromen voor een ander kind die in de Kerstvakantie gaat verhuizen.
We zijn heel blij met dat er bijna nooit kinderen afwezig zijn. Dat helpt echt mee om een goed momentum in de opbouw van de lessen te hebben. Juist in de eerste periode zijn de kinderen nog zo enthousiast dat ze vanuit speelplezier veel nieuwe ervaringen opdoen en relatief snel nieuwe vaardigheden leren. In dat proces is één keer per week zwemmen een goede regelmaat.
Bijna alle kinderen durven nu onder een lijn door te duiken, op de bodem te zitten, en met ogen open onder water een ring van de grond te pakken. We zijn al volop het uitdrijven en drijven aan het oefenen en de af en toe wat met flipperbenen te experimenteren.
Toch zijn we ook al bezig met echte instructie om de kinderen te ondersteunen om efficiënte bewegingspatronen te ontwikkelen. Over een paar weken hebben we de eerste kijkles. Naast dat de ouders dan kunnen zien wat we in de lessen doen is het een goede stimulans voor de kinderen om langzaam te gaan beseffen dat ze iets aan het leren zijn en dat daar oefenen bij hoort, en dat ze aan hun ouders kunnen laten zien wat ze geleerd hebben.

Dinsdag 22 november
Deze zwemgroep, die afgelopen september begonnen is, is onze derde groep, Sophie en ik hebben het als we over deze groep spreken wel over Drijfsijs III. Afgelopen zaterdag hebben we in het Sloterparkbad afgezwommen met de kinderen uit de tweede groep, Drijfsijs II. Het was een hele fijne afsluiting van twee jaar samen met de kinderen zwemmen en werken. De kinderen hebben allemaal goed laten zien hoe vertrouwd ze zijn in het water en welke vaardigheden ze hebben eigen gemaakt. Elk kind heeft afgezwommen op zijn eigen niveau. Met deze groep hebben we nog gewerkt met de ABC diploma’s. Met Drijfsijs III zitten we niet meer vast aan deze drie niveau’s en kunnen we het afzwemmen anders inrichten. Dat hebben we nu ook al een beetje gedaan. Zo zwom één kindje die nog niet de B afstand haalde met het duiken en onderwater zwemmen wel met de andere ‘B kinderen’ mee, omdat ze met alle andere vaardigheden ruim op B niveau zat. Wel heeft ze extra ook de A vaardigheden gedaan die niet meer in het programma voor het B diploma zitten. En een aantal kinderen die ruim op B niveau zwemmen hebben bijvoorbeeld ook meegedaan met het 9 meter onder water zwemmen voor de C kinderen. Omdat ze dit kunnen en dit graag willen laten zien.
Eén kindje, mijn eigen zoontje, heeft wel meegedaan aan het afzwemmen alleen niet voor een ABC-diploma. Hij heeft wel zoals alle andere kinderen het Vrijzwemmen diploma gekregen. Hij is volledig vrij in het water maar echt over langere afstand één van de zwemslagen zwemmen lukt hem niet. Alsof hij niet de weerstand van het water kan vinden om er zichzelf tegen af te zetten.
Jackson hield er als heel klein kindje van een jaar of twee al van om van de kant af het water in te springen en kopje onder te gaan en dan weer omhoog te komen drijven. In de zwemgroep was hij de eerste die met volle overgave van de kant dook en door het gat in het zeil zwom. Eerst dacht ik dat hij uit een soort bravoure en clownerie na het duiken een halve draai maakte en dan onderste boven door het gat in het zeil zwom. Later besefte ik dat hij dat doet omdat het hem anders niet lukt. Op een of andere manier voorkomt hij door deze draai dat hij onder water teveel afremt en zo voldoende voortstuwing behoud om door het zeil te komen. Toen ik dat begon te zien begon ik ook meer te zien dat zijn clownerie tijdens de lessen een soort verbloeming was zodat niemand zag dat het hem echt niet lukt, hoe goed hij het probeert, om met de gewone zwemslagen stuwing te genereren. Op het moment dat ik dat zag was het ook afgelopen met de clownerie en kon hij veel rustiger aan de zwemlessen meedoen. Doordat ik ik hem beter zag kon hij ook zichzelf beter zien en beter bij zichzelf bijven. Hij kan nu accepteren en toestaan dat het bij hem (nog) anders is als bij de andere kinderen.
Natuurlijk komen kinderen op zwemles om te leren zwemmen. Maar dit gezien worden moet op de eerste plaats komen. De lesgever moet bereid zijn een inspanning te doen om de kinderen werkelijk te zien in wie ze zijn en wat ze doen.
Het gaat hierbij niet alleen om een fysiek patroon. Zo vermoed ik dat dit fysieke patroon bij Jackson van moeilijk weerstand tegen het water te kunnen maken samenhangt met een patroon van nog gemakkelijk zijn ondersteuning kwijt te kunnen raken. Als klein kind lanceerde Jackson zichzelf als hij bij het rennen in de woonkamer over een blokje struikelde. Hij vloog dan letterlijk meters door de lucht, alle mogelijkheid van sturing (ondersteuning) kwijt en belandde dan vaak met zijn hoofd tegen een muur of kast. In zijn kleutertijd kon hij bij teleurstelling of boosheid ook zichzelf makkelijk verliezen, er kwam dan een diepe machteloosheid (verlies van ondersteuning) over hem heen, wat zich uitte in boosheid of afsluiten, even ontroostbaar zijn.
Zonder de kinderen van de zwemgroep heel psychologisch te bekijken denk ik dat het wel heel belangrijk is het bestaan van een link tussen fysieke patronen en diepere emotionele of psychologische patronen te erkennen. Te beseffen dat deze fysieke patronen samenhangen met wie het kind is.
Ik vind het een voorrecht om twee jaar lang elke week met een groep kinderen te werken en hun indirect, door elke week weer een goede zwemles te geven, te ondersteunen om vanuit vertrouwen te zijn wie ze zijn.

Dinsdag 15 november (tiende les)
Met deze Drijfsijs groep gaan we aan het einde van het zwemtraject, na ongeveer twee jaar, met alle kinderen tegelijk afzwemmen voor hetzelfde Vrijzwemmen diploma. We zullen een afzwemprogramma samenstellen waarin alle kinderen op hun eigen niveau kunnen laten zien wat ze geleerd en eigen gemaakt hebben. De ouders krijgen een bijlage bij het diploma waarop staat wat hun kind allemaal al kan en waar het nog moeite mee heeft.
Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan een bepaalde afstand onder water zwemmen, maar ook met welke techniek een kind onder water zwemt, en in hoeverre het deze techniek heeft verfijnt. Dus niet alleen het aantal meters, ook of het kind schoolslag armen en benen gebruikt en of het een coördinatie en ritme tussen armen en benen heeft eigen gemaakt dat meer geschikt is voor onder water zwemmen. Met vaardigheden zoals roteren in water heb je een aantal vaardigheden van verschillende moeilijkheid (halve draai, krokodille draai, koprol, hoekduik), en ook hier kan je verschillende niveau’s van uitvoering onderscheiden.
Enerzijds is afzwemmen een goede stimulans voor de kinderen om ergens naar toe te werken, en zeker een stimulans om gedurende de laatste maanden zich in te spannen om beter (vanuit meer ontspanning met een betere techniek) te leren zwemmen. Anderzijds kan afzwemmen ook een vervelend onnatuurlijk moment, een scheidslijn opwerpen waarop je iets moet beheersen. Niet alle kinderen reageren hier goed op, en het is vaak een teleurstelling voor een kind als het niet dat net wat hogere diploma niveau haalt. Sommige kinderen weten juist zichzelf te motiveren, soms zelfs teveel.
Naar een moment toewerken is op zich goed, het stimuleert, maar de nadruk moet wel blijven liggen bij op een ontspannen manier vaardigheden aanleren. Dus kijken hoever je binnen een bepaalde tijd kunt komen zonder aan jezelf voorbij te gaan.
Hierbij moeten we wel beseffen dat een kind een heel ander tijdsbesef heeft als een volwassene. Twee jaar is voor hun een hele lange tijd. Om de kinderen hier wat meer overzicht in te geven gaan de kinderen tussentijds drie keer tijdens een feestelijke kijkles een medaille verdienen. De nadruk zal liggen op het goed meedoen en proberen met een mooie techniek te laten zien wat je geleerd hebt. Hiermee willen we de kinderen langzaam laten beseffen dat ze iets aan het leren zijn, dat ze een vaardigheid aan het leren zijn. En dat dat op een leuke en fijne manier kan, maar dat je er ook een inspanning voor moet leveren.
Gaande weg zullen de kinderen tijdens dit ‘medaile-zwemmen’ ook meer op hun eigen niveau hun vaardigheden gaan laten zien. Zo raken ze er vertrouwd mee dat niet iedereen een bepaalde vaardigheid met dezelfde snelheid of voortvarendheid aanleert, en de één leert de éne vaardigheid makkelijker aan en de andere de andere vaardigheid.

Dinsdag 8 november (negende les)
Deze week heeft Erik Verlinde, hoogleraar theoretische natuurkunde aan de UvA een artikel gepubliceerd waar hij de afgelopen 6 jaar aan heeft gewerkt. ‘ Emergent Gravity and the Dark Universe’.
Volgens Verlinde is het bestaan van donkere materie en zwaartekracht een illusie, het gevolg van iets fundamentelers. Hij vergelijkt het met temperatuur. De warmte die wij voelen is ‘zelf’ immers niets, maar wordt veroorzaakt door de beweging van moleculen.
Iets soortgelijks gebeurd met zwaartekracht, zegt hij.
En dan volgt er in het artikel in Het Parool een zin die mij enorm aanspreekt: ‘Het universum zou zich verzetten tegen het optillen van een massa, waardoor de illusie van zwaarte ontstaat.’
Dit is een principe waar ik dagelijks met mensen in mijn Alexandertechniek praktijk aan werk. Ik help hun hun massa te laten rusten in plaats van op te tillen, eruit te duwen of er uit te laten vallen. Laat je massa rusten en er komt een continue ondersteuning vrij (daar houdt het universum wel van!). Ook in beweging beweegt deze ondersteuning dan met je mee.
Vergelijk het met een slapende baby optillen. Als je een slapende baby bruusk uit zijn ondersteuning optilt begint hij ogenblikkelijk te huilen. Breng je eerst je handen rustig onder de baby en til je dan de baby op zo’n manier op dat hij nooit zijn ondersteuning verliest dan merkt hij niets en slaapt heerlijk door.
Ook al trek je jezelf de hele dag uit je ondersteuning op dan nog zal de vloer niet onder je voeten wegvallen, maar aan het einde van de dag zal je de dag wel als heel zwaar ervaren (net als Baron von Münchausen die zichzelf aan zijn eigen haar uit het moeras trok). In het water gaat dat niet op. Als je je optrekt uit je ondersteuning zal het water onder je weg bewegen en zul je zinken. Als je in het water vertrouwd op de ondersteuning die het geeft, en je massa laat rusten, zal de opwaartse ondersteuning van het water met jouw bewegingen meebewegen. En je komt herboren, als opnieuw opgenomen in het universum uit het water  ;-).

Dinsdag 1 november (achtste les)
Afgelopen week naar een hele inspirerende lezing geweest van Jacques Meulman over autoriteit. Over liefdevolle autoriteit.
Hij onderscheid autoriteit en macht van elkaar door te stellen dat er in tegenstelling tot bij macht, bij autoriteit sprake is van een bepaald onderwerp of vakgebied waarop de ene persoon een autoriteit kan zijn ten opzichte van de ander, binnen een volledig gelijkwaardige relatie.
Hij signaleert dat in het huidige onderwijs de inspanningsverplichting vooral wordt neergelegd bij de leerling, terwijl dat omgekeerd zou moeten zijn. De lesgever, of opvoeder zou veel meer een inspanning moeten doen. De inspanning om een schoon voorbeeld te zijn. Hij gebruikt hiervoor het woord ‘beeldschoon’. Een beeldschoon voorbeeld wil je als vanzelf volgen.
Bij zwemles aan kinderen van de leeftijd van onze zwemgroep hou je daar op een heel basale manier rekening mee. Als je een kind uit de groep vraagt iets voor te doen, weet wie je vraagt, want alle kinderen zullen dit kind tot in detail nadoen.
Dit zegt denk ik ook iets over hoe gevoelig de kinderen nog zijn voor voorbeelden. Daar ligt dus wel een verantwoordelijkheid voor de lesgever. Welk voorbeeld ben ik? Doe ik werkelijk een inspanning om het kind te zien, en mijn kennis en ervaring op mijn vakgebied in te zetten om het kind te ondersteunen in zijn eigen ontwikkeling?

Dinsdag 26 oktober (zevende les)
Aan de oefening van het op de mat staan hebben we deze les iets toegevoegd. Wat we de kinderen al lieten doen was vanuit het water op de mat klimmen en dan in het midden van de mat gaan staan als een beer op zijn achterpoten, groot, zelfverzekerd en sterk. Hier kan je als lesgever de kinderen goed helpen om echt in hun oprichting te komen. Dit kan, door de wiebelige mat onder hun voeten, alleen als ze tegelijk stevig staan en toch ook niet te hard naar de mat duwen met hun voeten. Het vraagt echt een sensitiviteit, een balanceren, waarbij je criterium of referentie (wens is eigenlijk het beste woord) is dat je ontspannen wilt staan, in je kracht en volledig de ruimte innemend die je toekomt. Eerder sprongen de kinderen daarna gelijk van de mat het water in om vervolgens, onder individuele begeleiding van de andere lesgever, het drijven op de rug te oefenen, waarin ze de ervaring van het staan op de mat kunnen toepassen: ontspannen, in je kracht en volledig de ruimte innemen die je toekomt, sensitief naar het water en toestaan dat je balanceert in het water. Deze les hebben we daar dus nog een oefening tussen gevoegd.
Nu laten we de kinderen na het opgericht staan op de mat eerst wat door hun knieën zakken en hun rug wat ronden. Sophie kwam met het beeld van een kwal, die ook groter en kleiner wordt in het water maar eigenlijk nooit zijn expansiviteit verliest. Vervolgens bewegen de kinderen een paar keer van opgericht staan naar de meer ronde houding, zonder hun expansiviteit te verliezen. Deze oefening wil ik toevoegen om de kinderen meer ervaring en inzicht te geven over hoe je een rotatie inzet in het water. De eerste rotatie die de kinderen moeten leren vertrouwen en beheersen in het water is de rotatie over hun breedte-as. Een voorbeeld is de koprol. Maar een meer simpelere vorm is voorover, of achterover vallen en weer opstaan. Dit weer opstaan noemen we in de les ‘je voetjes terug vinden’.
Eigenlijk vinden kinderen niet zozeer het drijven eng maar juist wat daarna komt: hoe kom je weer tot staan (rotatie over je breedte-as dus). Dit kan voor veel paniek zorgen, en als die niet wordt weggenomen leidt dit tot het in-oefenen van bewegingspatronen die ontspannen zwemmen leren in de weg staan.
Rotaties in het water hoef je niet te doen, niet helemaal zelf te bewerkstelligen, je kunt de hulp van het water inroepen. Als je drijft op je rug (wat het water ook al voor je doet) hoef je alleen je kin iets naar je borst te brengen en je knieën iets te laten buigen (je rond maken zonder je expansiviteit te verliezen) en de rotatie begint al. Je billen zullen zinken en je bovenlichaam zal meer rechtop komen. Dan hoef je eigenlijk alleen nog maar op het juiste moment je voeten te laten vallen en je benen te laten ontvouwen en je hebt ‘je voetjes op de grond terug gevonden’.
Een rotatie zet je in door jezelf rond te maken (of je ledematen te laten vouwen), je stopt een rotatie door jezelf weer te ontvouwen (ook handig om een ingezette rotatie te kunnen stoppen). Als de kinderen dat nú werkelijk leren ervaren zullen ze straks gemakkelijker de halve draai van buik naar rugligging, de krokodillendraai (volledige draai om de lengte as), de hoekduik en de koprol eigen maken. Allemaal belangrijke oriëntatie en survival vaardigheden.
Het zou helemaal mooi zijn als de kinderen ook nog leren ervaren dat het hoofd leidend hoort te zijn in rotaties, zoals goed te zien is in een mooi uitgevoerde dolfijnenduik (ook een rotatie over je breedte-as) waarin je kruin je meeneemt in de beweging. Ook in van drijven op de rug naar tot staan komen beweeg je achter je kruin aan, het is echt je hoofd die jou meeneemt in de beweging. Het is je kunnen verbinden met de wens dat je hoofd je meeneemt in de beweging die regelt hoeveel spiertonus je moet genereren om de beweging te faciliteren. Hoewel zwemmen een hoge technische beheersing vraagt over onze arm- en beenbewegingen zijn onze ledematen tegelijk onze grootste valkuil in het zwemmen.
Kijk maar eens naar een zeehond in Artis. De beweging begint heel heel klein bij zijn hoofd (naast paarden zijn natuurlijk alle dieren in het water edele dieren), als een kleine rimpeling, en zijn hele lichaam volgt en de zeehond schiet weg door het water. Zo horen wij ook te zwemmen, het is je hoofd die je meeneemt.

Dinsdag 11 oktober (zesde les)

Volgende week is er geen zwemles omdat het dan herfstvakantie is. We waren al begonnen met voorzichtig een balans opmaken van de eerste serie zwemlessen met deze groep, nu is daar even extra tijd voor.
Alle kinderen voelen zich heerlijk op hun gemak en maken veel plezier. De paar kinderen die de eerste lessen nog moeite hadden los te komen van papa of mama, of het allemaal heel spannend vonden, komen nu zelfverzekerd de zwemzaal binnen en zoeken een plekje in de kring dat hun aanstaat.
In het water is het een enthousiaste groep die zich goed mee laat nemen in de spelletjes, bewegingsopdrachten en oefeningen. De lessen zijn een combinatie van bewegingsopdrachten met een vrije uitvoering (of vrij spel), oefeningen waarin we de kinderen feedback geven om deze oefeningen op een bepaalde manier uit te voeren en instructie.
In de bewegingsopdrachten met een vrije uitvoering doen de kinderen allerlei ervaringen op in het water die hun helpen zich vertrouwd en vaardig in het water te voelen. Denk aan ervaringen met spetters, water over je gezicht, het behouden of verliezen en weer terugvinden van je balans, durven vallen en weer kunnen opstaan, de weerstand die het water geeft maar ook de ondersteunende opwaartse kracht die water heeft. In dit gedeelte laten wij de teugels wat vieren en kunnen de kinderen ook veel plezier met elkaar maken. Deze laatste les zag je duidelijk dat sommige kinderen elkaar dan opzoeken, sommige om samen wild te doen, andere lijken samen in een soort droomwereld te komen. Grappig ook dat de kinderen makkelijk andere kinderen opzoeken die ze nog helemaal niet kende voor de lessen.
In de bewegingsopdrachten waarbij we de kinderen feedback geven hoe ze deze op de meest ontspannen manier kunnen uitvoeren leren de kinderen langzaam dat het een groot verschil maakt hoe je jezelf in het water coördineert. Denk hierbij aan het drijven waarbij je werkelijk je hele hoofd in het water wilt laten rusten. In dit gedeelte van de les houden we de teugels iets strakker maar er is wel veel ruimte voor de kinderen om de oefeningen op hun eigen manier te ontdekken.
Instructie vind plaats in hele kleine eenvoudige bewegingsopdrachten zoals het staan op de mat waarin we de kinderen ondersteunen om krachtig ondersteund door de mat en volledig opgericht te staan (de ijsbeer). Deze ervaring laten we ze dan gelijk in de aansluitende oefening van het drijven meenemen (de bever), zodat ze ook daar hun volledige ‘ruimte’ innemen. Een andere vorm van instructie is het met elkaar in een cirkel staan en samen het bellen blazen te oefenen Hier leren de kinderen onder andere dat ze niet hun gezicht in het water moeten leggen maar rechtstandig in het water moeten zakken (niet excessief buigen in de nek), en na weer boven water komen het water van je gezicht te laten glijden zonder te wrijven en ongemakkelijke gezichten te trekken. Dit kunnen ze dan weer meenemen in de vrije opdrachten zoals het door een hoepel duiken (wederom niet excessief buigen in de nek maar je laten meenemen door je kruin, je wervelkolom volgt met een mooie dolfijnenduik).
Tijdens de instructie vragen we echt stilte en aandacht van de kinderen. De uitvoering komt hier vrij precies. De kinderen krijgen natuurlijk de tijd om het in hun eigen tempo op te pakken, maar Sophie en ik geven keer op keer weer het heldere voorbeeld van hoe het het beste kan worden uitgevoerd.
Op het moment zijn de lessen nog vrij los. Nu doen de kinderen nog als vanzelf mee aan alle opdrachten vanuit enthousiasme, nabootsing en willen bewegen. Later in het zwemtraject zullen de kinderen meer een inspanning moeten doen om beter, of meer ontspannen en meer effectief te kunnen zwemmen. Om als het zover is daar de goede dynamiek voor te hebben in de lessen, zijn Sophie en ik nu al aan het kijken hoe we daar nu al bij deze groep de kiem voor kunnen leggen.
Alle kinderen laten zich helpen met drijven op de rug, een heel aantal kan het al zelfstandig. Een paar kinderen kan al zelfstandig op de buik drijven. Op een paar kinderen na gaat iedereen al met zijn hele hoofd onder water. Maar ook bij de kinderen die dit nog niet durven zien we wekelijks grote vooruitgang. Allemaal willen ze mee in de dynamiek van de les. Aan Sophie en mij is het om deze dynamiek in de les te houden zonder dat de kinderen die meer tijd nodig hebben het idee krijgen dat ze niet aan de verwachtingen voldoen en mogelijk gehaast worden of besluiten af te haken. Dit vraagt van Sophie en mij een grote helderheid. Wij moeten heel helder zijn in waar we met de kinderen aan werken. We werken aan het comfortabel kunnen zijn in water, comfortabel met wat je al kunt, maar ook comfortabel met wat je nog niet kunt. Vanuit het comfortabel zijn, het plezier hebben en maken en een gezonde nieuwsgierigheid en bewegingszin zet je dan de stappen die bij je passen om steeds vaardiger in het water te worden. De kinderen die al meer durven krijgen kleine extra opdrachten. Ook bij hun staan deze opdrachten in het teken van comfortabel zijn. Als een kind bijvoorbeeld mooi in zijn lengte kan zijn in het drijven, kan het gaan proberen met flipperbenen te drijven. Niet om zo nodig te moeten voortbewegen maar om te verdiepen, helderder te worden in wat je doet: lukt het je om ook met flipperbenen mooi in je lengte te blijven en ontspannen te blijven drijven?

Dinsdag 4 oktober (vijfde les)
Een aantal kinderen kan al redelijk drijven. Andere kinderen zijn het vol overgave aan het oefenen en een paar vinden het nog heel spannend. Op de meeste zwemscholen zal dat al het moment zijn waarop de kinderen die al kunnen drijven naar de volgende groep worden verplaatst (van watergewenning naar badje één). Bij zwemgroep Drijfsijs hebben we er voor gekozen om het hele zwemtraject, de volle twee jaar, de kinderen bij elkaar te houden. Ondanks de verschillen in zwemvaardigheidsniveau die zullen ontstaan. Zo blijven de kinderen binnen een vertrouwde groep en met dezelfde zweminstructeur, en krijgen ze niet impliciet de ervaring mee dat er geselecteerd wordt op niveau van kunnen of snelheid van leren. Wij ondersteunen de kinderen om optimaal van elkaar te kunnen leren tijdens de lessen. ‘Verschil mag er zijn, maar je moet het niet maken’.
De kinderen die al wat vaardiger zijn krijgen in de lessen extra opdrachtjes. Zo gaan de kinderen die nu al kunnen drijven nu ook leren zich met flipperbenen in het drijven te verplaatsen. Maar de basis van de lessen is het werkelijk op je gemak zijn in het water en van daaruit steeds vaardiger worden om in uiteenlopende situaties optimaal te kunnen functioneren.

‘Maar wie is nu wie? Niemand weet het. Geen wonder, ze hebben vandaag iets bijzonders beleefd: een Fnuik is een Fnuik, wat voor een buik hij ook heeft. Een ster op een buik doet niet langer ter zake. Verschil mag er zijn, maar je moet het niet maken.’
(De Fnuiken, en andere verhalen. Dr. Seuss)

Dinsdag 27 september (vierde les)
Vandaag voor de les in de kring met één van de kinderen voor gedaan hoe we de kinderen      in de zwemles met onze handen begeleiden in het water, in dit geval tijdens het drijven op de rug. Met mijn handen maak ik een kommetje onder hun achterhoofd. De feedback van de handen nodigt het kind uit zijn/haar hoofd te laten rusten in het water. Als het hoofd werkelijk rust in het water is alleen het aangezicht nog uit het water, en het kind kijkt recht omhoog naar het plafond. De meeste kinderen kunnen met deze ondersteuning gelijk ‘zelfstandig’ drijven op hun rug. Sommige kinderen hebben ook nog de uitnodiging en ondersteuning nodig van een hand onder hun onderrug. Tijdens het voordoen in de kring is er goede aandacht van de kinderen, waardoor we weten dat iedereen het goed ziet en er wat van meeneemt de les in. Tegelijkertijd is het voordoen in de kring ook een soort van toestemming vragen aan de kinderen om onze handen te gebruiken in de les. We maken het als het ware ‘bespreekbaar’ zodat een kind zelf aan kan geven of hij wel of geen ondersteuning wil. Ook de ouders zijn er nog bij (zij staan rond de kring) dus die krijgen dan ook een beeld hoe en waarom we zo werken. Tijdens de les letten we goed op hoe een kind reageert op de ondersteuning van onze handen. De meeste kinderen vinden het aangenaam omdat ze gelijk zo veel makkelijker en met meer ontspanning kunnen drijven. Sommige kinderen kunnen zich niet aan de ondersteuning overgeven. Dit uit zich in spanning in hun lichaam, vooral in hun nek en hun ledematen. Vaak zoeken deze kinderen zelf met hun handen onze armen op om zich aan vast te houden, waardoor ze zich juist uit het water optillen en daardoor niet de ervaring krijgen dat het water hun ondersteund. Deze kinderen hebben wat meer tijd nodig en vriendelijke uitnodiging om zich meer door het water te laten dragen. Het laten rusten van het hoofd speelt een belangrijke rol. Niet alleen is het zo dat als je je hoofd 1 centimeter optilt dat je benen dan 2 centimeter zakken, maar ook dat als je nek onnodig is aangespannen dat je hele lichaam zich minder goed kan coördineren.

Dinsdag 20 september (derde les)
Voor het eerst was de zwemgroep volledig. Eén jongen had een valse start omdat hij net voor de eerste les zijn sleutelbeen had gebroken, en één meisje besloot na het komen kijken naar haar zus op de eerste les dat ze ook heel graag op deze zwemles wil. Dat kon want er was nog precies één plekje vrij.
Wat een leuke enthousiaste groep kinderen! Alle kinderen laten zich heerlijk meenemen in de spelletjes en bewegingsopdrachten, en onder tussen wordt er al veel geleerd.
Sophie en ik beginnen al aardig door te hebben wat voor een vlees we in de kuip hebben.
Elk kind weer zo verschillend. Het is een hele uitdaging om elk kind goed te zien en te ondersteunen om optimaal aan de les mee te kunnen doen. We proberen een heldere structuur neer te zetten waarin de kinderen weten wat er van hun verwacht wordt, dat ze ervaren waar ze vrij kunnen bewegen en waar ze zich even moeten inhouden, bijvoorbeeld als we een spel of opdracht uitleggen of waneer een bepaalde opdracht rust en aandacht vraagt.

Dinsdag 13 september
‘Wat een geluk dat ik heb mogen leren lopen zonder dat mijn ouders mij voortdurend hebben gezegd dat ik eerst vooraf doel, betekenis en richting van mijn stappen moest kennen, zodat ik later goed zou weten waar ik op afstap. Ik zou geen stap hebben kunnen zetten als mijn ouders me dit telkens nadrukkelijk voorgehouden hadden. Ik zou me waarschijnlijk in mijn bewegingen eerder geremd dan aangemoedigd voelen als mijn ouders daarbij van een ‘hoe eerder hoe beter’ waren uitgegaan. Gelukkig hebben zij mij de  tijd gegeven om mijn eerste stappen in de wereld in mijn eigen tempo en met mijn eigen maat te zetten. En natuurlijk wisten zij heus wel dat dit de eerste stappen waren van vele die ik nog in mijn leven zou zetten. Zo hebben ze naar mij gekeken en mij daarin gevolgd. Wat een vrijheid om mijn eigen weg te kunnen gaan! Daar ben ik hen nog steeds dankbaar voor.’
uit: Van de sloffen en de beer, door Jacques Meulman

Dinsdag 6 september, eerste les Drijfsijs III
Dinsdag 6 september zijn we gestart met de derde Drijfsijs groep. Sophie en ik hebben een hele rustige en speelse les aan de kinderen gegeven. Met een nieuwe groep is het elke keer een hele mooie belevenis om de nieuwe kinderen een beetje timide of juist wild en met het hoogste woord te zien binnenkomen en na tien minuten in de les te zien hoe ze tot rust komen en heerlijk meedoen en plezier maken. We beginnen de les altijd met alle kinderen in een kring op kleine kussentjes op de vloer van het perron. Dit is iets dat we hebben ontwikkeld tijdens de tweede Drijfsijs groep. Het geeft de kinderen de kans om rustig in de zwemzaal aan te komen en hun drukke dag achter zich te laten. Het is een rustig moment om elkaar even te ontmoeten en te zien; en voor de kinderen om eventueel iets te kunnen vertellen of aan te geven, en voor ons om alvast een beetje de juiste sfeer of kader voor de komende les neer te zetten.
Met de vorige Drijfsijs groep zijn we heel tevreden hoe alle kinderen zich zo op hun gemak voelen in het water. De kinderen zijn zo vertrouwd met het water dat ze niet zwemmen om boven te blijven, maar weten bij zichzelf te blijven. Met deze groep is ons streven om een eerdere en meer vloeiendere overgang te maken tussen de periode van het water leren vertrouwen en het echt gaan voortbewegen in het water. Om de kinderen te stimuleren om deze stap, vanuit zichzelf, eerder te maken.
In de vorige groep hebben we een aantal lesmethoden ontwikkeld en gebruikt die we nu gaan proberen nog beter op elkaar te laten aansluiten. Eén daarvan is het staan als een ijsbeer op de mat voordat je eraf springt, en waarna je je benen laat vouwen als je de grond van het zwembad raakt. Hierdoor ervaren de kinderen hoe ze lang kunnen zijn en dat het soms handig is jezelf te vouwen. Dit nemen we mee naar drijven als een otter, ook lang, op je rug (met eventueel een lekker maaltje schelpen op je buik). En van daaruit gaan we naar roteren waarin de kinderen kunnen ervaren hoe deze beweging in het water je lichaam uitnodigt om op te krullen of te buigen en weer lang te worden (zoals van drijven op je rug naar staan komen). Hiermee willen we de kinderen een eerste ervaring geven van stuwen tegen het water, jezelf afzetten tegen het water om je te oriënteren en later ook voort te bewegen.